Wie de afgelopen warme weken buiten heeft gewerkt, zal ongetwijfeld hebben gedacht: wat is het heet. Toch verbleekt die ervaring bij de omstandigheden waarin de ovenmannen van de zinkfabriek in Budel-Dorplein ruim een eeuw geleden hun werk moesten verrichten.
Toen in 1893 de eerste zink werd geproduceerd, gebeurde vrijwel alles met de hand. Het productieproces was arbeidsintensief en speelde zich af onder extreme omstandigheden.
Procedé
Het ruwe zinkerts, ook wel blende genoemd, werd eerst verhit tot ongeveer 900 graden Celsius. Daarbij verbrandde de zwavel uit het erts en bleef zinkoxide over. Dit zinkoxide werd vervolgens gemengd met steenkool en handmatig in vuurvaste, geglazuurde kleipijpen – de zogenaamde retorten – gedaan.
Deze retorten werden van buitenaf verhit tot temperaturen van ongeveer 1.200 graden Celsius. Door een chemisch proces werd het zink uit het oxide vrijgemaakt. Omdat de temperatuur hoger lag dan het kookpunt van zink, veranderde het metaal in damp. Via een aardewerken voorloop, die iets koeler was, condenseerde de damp weer tot vloeibaar zink.
Dat vloeibare zink werd vervolgens met grote lepels uit de condensors geschept en in gietvormen gegoten. Na afkoeling ontstonden de bekende zinkblokken.
Zwaar werk
Het werk aan de ovens was bijzonder zwaar. De arbeiders begonnen vaak al om zes uur ‘s morgens en stonden urenlang voor de witgloeiende ovens. De stralingswarmte was zo intens dat kleding soms spontaan vlam vatte. Veel arbeiders droegen klompen, die snel uitgetrokken konden worden wanneer er een spat vloeibaar zink in terechtkwam.
Om uitdroging tegen te gaan en de schadelijke stoffen die vrijkwamen tijdens het werk enigszins te neutraliseren, kregen de arbeiders melk te drinken. Deze melk stond in Dorplein bekend als ‘ovenmelk’.
Het vullen en leegmaken van de retorten gebeurde met zware ijzeren stangen en schoppen. Bovendien werkten de ovenmannen in akkoord: zij werden niet per uur betaald, maar per dienst. Hoe sneller het werk werd uitgevoerd, hoe eerder men naar huis kon. Daar wachtte vaak nog een tweede werkdag op het eigen boerderijtje of als knecht bij een boer in de omgeving.
Later werden verbeteringen doorgevoerd. Stalen schermen moesten de stralingswarmte verminderen en juten voorschoten boden bescherming tegen spattend zink. Een handdoek in de nek hielp om het overvloedige zweet op te vangen.
Naarmate de vraag naar zink toenam, werden de ovens aangepast. De oorspronkelijke retorten maakten plaats voor grotere, ovale exemplaren met een veel grotere inhoud. Hierdoor kon meer erts tegelijk worden verwerkt en steeg de productie aanzienlijk. Het handmatig wisselen van deze grotere retorten was echter vrijwel onmogelijk geworden. Daarom werden laad- en ontlaadmachines ingevoerd, waardoor het zware werk enigszins werd verlicht.
Dat de oprichters van de zinkfabriek hun vak verstonden, bleek ook buiten de landsgrenzen. Hun kennis en ervaring waren zo gewaardeerd dat zij werden gevraagd om in Rusland een zinkfabriek op te zetten en in bedrijf te brengen.
Rondleiding door historisch Dorplein
Veel van deze bijzondere verhalen komen tot leven tijdens een rondleiding door Budel-Dorplein. De deskundige gidsen, de zogeheten cicerones, nemen bezoekers mee langs historische locaties en vertellen over het ontstaan van het dorp, de zinkfabriek en de mensen die er woonden en werkten.
Wanneer: zondag 28 juni 2026 om 14.00 uur
Startpunt: Gemeenschapscentrum De Schakel, Sint Barbaraweg 1, Budel-Dorplein
- Kosten: € 2,- per persoon
- Kinderen tot 12 jaar: gratis
- Aanmelden: niet nodig
- Duur: circa 2 tot 2,5 uur
- Route: goed begaanbaar en geschikt voor rolstoel en rollator
Wilt u met familie, buurtvereniging of andere groep een aparte rondleiding organiseren? Neem dan contact op met coördinator Wim Cremers via (+31) 06-2296 1675 of per e-mail via ciceronesdorplein@gmail.com.

Ovenmannen aan het werk
Foto: © collectie Jac Duis
(bewerking en inkleuring J. Roosen)