De website voor Budel-Dorplein voor nieuws, wetenswaardigheden en achtergrondinformatie van Dorplein, voor Dorplein, door Dorplein

De nieuwste uitgave van Ons Dorplein is verschenen!
Normaal gesproken wordt het dorpsblad bij iedereen thuis bezorgd. Door een onverwacht leveringsprobleem is dat deze keer helaas niet mogelijk.

Gelukkig kun je vanaf vandaag een exemplaar ophalen bij De Schakel. De krantjes liggen in het kastje van het MUP (Menstruatie Uitgifte Punt) onder het afdak bij de ingang.

Ben je toch in de buurt of maak je vandaag of morgen een wandeling? Loop dan even langs om een exemplaar mee te nemen. Ken je buren die slecht ter been zijn? Neem dan gerust ook een krantje voor hen mee. Zo zorgen we er samen voor dat iedereen Ons Dorplein kan lezen.

Vanaf de volgende uitgave wordt het dorpsblad weer gewoon huis-aan-huis bezorgd.

Onze excuses voor het ongemak en bedankt voor jullie begrip!

 Bekijk hier “Ons Dorplein juli 2026″online

Foto’s: © Jack Roosen

Voordat de eerste steen van de zinkfabriek in Budel-Dorplein kon worden gelegd, moest de woeste heide eerst worden bedwongen. Sloot voor sloot werd het drassige terrein drooggelegd en kilometer voor kilometer verscheen een smalspoor dat mensen, bouwmaterialen en later ook zinkerts naar de fabriek bracht. Zonder deze ingrijpende voorbereidingen was de geboorte van Budel-Dorplein onmogelijk geweest.

Voordat in 1892 de zinkfabriek in Budel-Dorplein gebouwd kon worden, moest eerst veel voorbereidend werk worden verricht. Tegenwoordig zouden we dat het bouwrijp maken van een terrein noemen.
De uitgestrekte heide moest worden ontgonnen en het drassige landschap geschikt gemaakt voor de aan- en afvoer van materialen en mensen. Pas daarna kon de bouw van de fabriek beginnen.
Als eerste werden sloten gegraven om het terrein te ontwateren. Op de plaatsen waar wegen de sloten kruisten, werden duikers aangelegd. Dat waren feitelijk de eerste bouwwerken van het nieuwe fabrieksdorp.

Een smalspoor naar de fabriek
Tussen station Budel, aan de spoorlijn Weert–Neerpelt (de IJzeren Rijn), en het fabrieksterrein werd een smalspoor aangelegd. Deze spoorverbinding diende aanvankelijk voor het vervoer van bouwmaterialen. Later werden ook de zinkertsen en zelfs personen over dit spoor vervoerd.
Het spoor had een spoorwijdte van slechts 600 millimeter, terwijl een normaalspoor 1.435 millimeter breed is.

La Route
Door de Franstalige invloed van de familie Dor was Frans in de beginjaren de voertaal binnen de fabriek. Het ongeveer drie kilometer lange spoortraject kreeg daarom de naam La Route.

De spoorlijn liep vanaf de zinkfabriek over het tracé waar nu het fietspad langs de Hoofdstraat ligt, via ‘t Routje en achter de Sint Servaasstraat naar station Budel. Begin jaren vijftig verloor de spoorlijn zijn functie en werd het opgebroken.

Toen begin jaren zeventig woningen werden gebouwd aan ‘t Routje, kreeg de straat haar toepasselijke – en verbasterde – naam. De huidige weg ligt precies op een deel van het voormalige spoortracé.

Langs de Hoofdstraat staat tegenwoordig een vereenvoudigde replica van de stoomlocomotief Dorplein, gebouwd naar een locomotief van fabrikant Couillet. De locomotief staat opgesteld op een stukje origineel 600 mm-smalspoor en herinnert aan het spoor dat jarenlang tussen station Budel en de zinkfabriek reed.

Rondleiding door historisch Dorplein
Wilt u deze en vele andere bijzondere verhalen zelf beleven? Wandel dan mee met de cicerones, de enthousiaste gidsen die de geschiedenis van Budel-Dorplein tot leven brengen.
Op zondag 26 juli 2026 om 14.00 uur vertrekt de rondleiding, weliswaar niet per trein, vanaf gemeenschapscentrum De Schakel, Sint Barbaraweg 1 in Budel-Dorplein.

Praktische informatie

  • Kosten: € 2,00 per persoon
  • Kinderen tot 12 jaar: gratis
  • Aanmelden: niet nodig
  • Duur: circa 2 tot 2,5 uur
  • Route: goed begaanbaar en geschikt voor rolstoelen en rollators

Wilt u met familie, buurt of vereniging een eigen rondleiding? Neem dan contact op met coördinator Wim Cremers via (+31) 06 2296 1675 of ciceronesdorplein@gmail.com.

Voormalig stukje tracé smalspoorlijn achter Sint Servaasstraat Budel-Dorplein

Foto: Jack Roosen

Al meer dan 100 jaar heeft Budel-Dorplein een eigen begraafplaats. Een groep enthousiaste vrijwilligers zorgt er iedere week met veel plezier voor dat het kerkhof er verzorgd en netjes bij ligt.
Het werk is dankbaar, afwisselend en doorgaans niet zwaar. Gereedschap is aanwezig en ervaring is niet nodig.

Wij zijn op zoek naar mensen die een paar uurtjes per week willen helpen. Kunt u niet iedere week aanwezig zijn? Geen probleem! Van december tot en met februari liggen de werkzaamheden bovendien stil.

Lijkt het u leuk om ons team op dinsdagmorgen van 09.00 tot 11.00 uur te versterken? Na afloop drinken we gezamenlijk koffie.

Interesse?
Kom gerust eens aan en maak kennis met de groep. Iedereen is van harte welkom. De koffie staat klaar!

Meer informatie: 06 – 8200 2469

Foto: © Jack Roosen

Wie de afgelopen warme weken buiten heeft gewerkt, zal ongetwijfeld hebben gedacht: wat is het heet. Toch verbleekt die ervaring bij de omstandigheden waarin de ovenmannen van de zinkfabriek in Budel-Dorplein ruim een eeuw geleden hun werk moesten verrichten.
Toen in 1893 de eerste zink werd geproduceerd, gebeurde vrijwel alles met de hand. Het productieproces was arbeidsintensief en speelde zich af onder extreme omstandigheden.

Procedé
Het ruwe zinkerts, ook wel blende genoemd, werd eerst verhit tot ongeveer 900 graden Celsius. Daarbij verbrandde de zwavel uit het erts en bleef zinkoxide over. Dit zinkoxide werd vervolgens gemengd met steenkool en handmatig in vuurvaste, geglazuurde kleipijpen – de zogenaamde retorten – gedaan.
Deze retorten werden van buitenaf verhit tot temperaturen van ongeveer 1.200 graden Celsius. Door een chemisch proces werd het zink uit het oxide vrijgemaakt. Omdat de temperatuur hoger lag dan het kookpunt van zink, veranderde het metaal in damp. Via een aardewerken voorloop, die iets koeler was, condenseerde de damp weer tot vloeibaar zink.
Dat vloeibare zink werd vervolgens met grote lepels uit de condensors geschept en in gietvormen gegoten. Na afkoeling ontstonden de bekende zinkblokken.

Zwaar werk
Het werk aan de ovens was bijzonder zwaar. De arbeiders begonnen vaak al om zes uur ‘s morgens en stonden urenlang voor de witgloeiende ovens. De stralingswarmte was zo intens dat kleding soms spontaan vlam vatte. Veel arbeiders droegen klompen, die snel uitgetrokken konden worden wanneer er een spat vloeibaar zink in terechtkwam.
Om uitdroging tegen te gaan en de schadelijke stoffen die vrijkwamen tijdens het werk enigszins te neutraliseren, kregen de arbeiders melk te drinken. Deze melk stond in Dorplein bekend als ‘ovenmelk’.

Het vullen en leegmaken van de retorten gebeurde met zware ijzeren stangen en schoppen. Bovendien werkten de ovenmannen in akkoord: zij werden niet per uur betaald, maar per dienst. Hoe sneller het werk werd uitgevoerd, hoe eerder men naar huis kon. Daar wachtte vaak nog een tweede werkdag op het eigen boerderijtje of als knecht bij een boer in de omgeving.

Later werden verbeteringen doorgevoerd. Stalen schermen moesten de stralingswarmte verminderen en juten voorschoten boden bescherming tegen spattend zink. Een handdoek in de nek hielp om het overvloedige zweet op te vangen.

Naarmate de vraag naar zink toenam, werden de ovens aangepast. De oorspronkelijke retorten maakten plaats voor grotere, ovale exemplaren met een veel grotere inhoud. Hierdoor kon meer erts tegelijk worden verwerkt en steeg de productie aanzienlijk. Het handmatig wisselen van deze grotere retorten was echter vrijwel onmogelijk geworden. Daarom werden laad- en ontlaadmachines ingevoerd, waardoor het zware werk enigszins werd verlicht.

Dat de oprichters van de zinkfabriek hun vak verstonden, bleek ook buiten de landsgrenzen. Hun kennis en ervaring waren zo gewaardeerd dat zij werden gevraagd om in Rusland een zinkfabriek op te zetten en in bedrijf te brengen.

Rondleiding door historisch Dorplein
Veel van deze bijzondere verhalen komen tot leven tijdens een rondleiding door Budel-Dorplein. De deskundige gidsen, de zogeheten cicerones, nemen bezoekers mee langs historische locaties en vertellen over het ontstaan van het dorp, de zinkfabriek en de mensen die er woonden en werkten.

Wanneer: zondag 28 juni 2026 om 14.00 uur
Startpunt: Gemeenschapscentrum De Schakel, Sint Barbaraweg 1, Budel-Dorplein

  • Kosten: € 2,- per persoon
  • Kinderen tot 12 jaar: gratis
  • Aanmelden: niet nodig
  • Duur: circa 2 tot 2,5 uur
  • Route: goed begaanbaar en geschikt voor rolstoel en rollator

Wilt u met familie, buurtvereniging of andere groep een aparte rondleiding organiseren? Neem dan contact op met coördinator Wim Cremers via (+31) 06-2296 1675 of per e-mail via ciceronesdorplein@gmail.com.

Ovenmannen aan het werk
Foto: © collectie Jac Duis
(bewerking en inkleuring J. Roosen)

Nieuwe bewoners welkom geheten in Budel-Dorplein

Op zondag 7 juni werden de inwoners die zich het afgelopen jaar in Budel-Dorplein hebben gevestigd, welkom geheten tijdens een gezellige bijeenkomst in De Schakel. Onder het genot van koffie en vlaai maakten de nieuwe bewoners kennis met elkaar én met de rijke geschiedenis van hun nieuwe woonplaats.

Namens Buurtplatform Dorplein Uniek heette voorzitter Erica de Graaf de aanwezigen van harte welkom. Vervolgens nam cicerone (gids) Frans Soers de bezoekers mee op een boeiende reis door de tijd. Aan de hand van een presentatie vertelde hij over het ontstaan van Budel-Dorplein en de bijzondere geschiedenis van het dorp.

Zo kwamen onder meer de noeste arbeid op de zinkfabriek, de karakteristieke dorpstructuur en de vooruitstrevende voorzieningen van Dorplein aan bod. Al vroeg beschikte het dorp over stromend water en elektriciteit, terwijl dat in veel andere delen van Nederland nog geen vanzelfsprekendheid was. Ook de verhalen achter het opvallend brede fietspad en de voormalige slagbomen werden uit de doeken gedaan.

Na de presentatie volgde een rondwandeling door Budel-Dorplein onder leiding van Ron. Tijdens deze wandeling maakten de deelnemers kennis met de bijzondere monumenten en karakteristieke gebouwen die het dorp rijk is. Ook werd stilgestaan bij minder bekende historische feiten. Zo werd verteld dat in Dorplein al in 1914 vluchtelingen werden opgevangen, een bijzonder stukje lokale geschiedenis dat nog altijd zichtbaar is in het dorp.

De bijeenkomst werd door de deelnemers enthousiast ontvangen. Met nieuwe kennis over hun woonomgeving rijker, kunnen de nieuwe inwoners terugkijken op een geslaagde en informatieve ochtend.
Buurtplatform Dorplein Uniek wenst alle nieuwe bewoners veel woonplezier en een warm thuis in Budel-Dorplein.

 

Foto: Rondleiding met de cicerone. Op de achtergrond het voormalige interneringskamp waar tijdens de Eerste Wereldoorlog al vluchtelingen werden opgevangen.

Foto’s: © Jack Roosen

Budel-Dorplein is ontstaan rond de zinkfabriek, maar het dorp werd méér dan alleen een arbeidersnederzetting. Achter de karakteristieke woningen, brede lanen en de Witte Villa schuilt ook een bijzonder verhaal van geloof, gemeenschapszin en doorzettingsvermogen.
De familie Dor en de geldschieters achter de fabriek besteedden veel aandacht aan de ontwikkeling van de gemeenschap. Niet alleen werd geïnvesteerd in woningen voor de arbeiders, ook kregen veel huizen grote tuinen zodat gezinnen gedeeltelijk in hun eigen levensonderhoud konden voorzien.

Geloof in de fabriek
De familie Dor was van huis uit sterk katholiek. Daarom werd al vroeg ruimte gemaakt voor geloofsbeleving binnen de fabriek. In eerste instantie vonden de kerkdiensten plaats in een hoek van de fabriekshal. Later werd hiervoor een speciale ruimte ingericht in de zogenoemde droogbouw van de fabriek.

De priester die de diensten verzorgde kwam zelfs te voet vanuit Weert naar Dorplein. Na afloop kon hij terecht in de Cantine, waar de zusters zorgden voor eten en drinken.

Toen in 1896 Hotel St. Joseph – beter bekend als de Cantine – gereedkwam, liet de familie Dor daarin een kapel bouwen. Daarmee kreeg Dorplein voor het eerst een echte vaste plek voor kerkdiensten.

Kerkbouw uitgesteld door crisis en oorlog
Er waren plannen om al in 1912 een volwaardige kerk te bouwen. Door een economische crisis kwamen die plannen echter stil te liggen. Toen vervolgens de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verdween de bouw voorlopig helemaal van tafel. De bouwput was toen al uitgegraven.

De plek van die uitgegraven bouwput leeft vandaag de dag voort als de vijver bij het oorlogsmonument. Deze vijver herinnert aan de zes oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Vier verzetsmensen hielden zich schuil tussen het water en het riet van het Ringselven in de Peel. Daarom werd gekozen voor een vijver met riet en een vrijheidsbeeld als blijvende herinnering.

De kerk komt er toch
Pas in 1951 werd uiteindelijk alsnog een kerk gebouwd, iets meer richting de Witte Villa. Volgens overlevering vond de familie Dor het belangrijk dat men vanaf het bordes van de villa rechtstreeks zicht had op het altaar van de kerk.

De kerk werd daarmee het laatste grote project van de familie Dor in Budel-Dorplein. In 1952 volgde de inzegening door rector Thijssen. Op 1 juni 1953 werd de kerk geconsacreerd door Mgr. Mutsaerts en officieel overgedragen aan de gemeenschap van Dorplein.

Opvallend is dat Dorplein daarna als een van de eerste plaatsen in Nederland een gezinsbijdrage invoerde om het onderhoud van de kerk mogelijk te maken, nadat de fabriek deze kosten niet langer betaalde.

Tot 1963 was Dorplein officieel nog geen zelfstandige parochie, maar een rectoraat. Aimée van Neste werd de eerste rector. Helaas overleed hij al op jonge leeftijd aan een bloedvergiftiging.

Rondleiding door historisch Dorplein
Veel van deze bijzondere verhalen worden verteld tijdens de rondleidingen van de cicerones van Budel-Dorplein.

Wie het historische dorp zelf wil ontdekken, is welkom op zondag 31 mei 2026 om 14.00 uur bij gemeenschapscentrum De Schakel aan de Sint Barbaraweg 1 in Budel-Dorplein.

  • Kosten: € 2,- per persoon
  • Kinderen tot 12 jaar: gratis
  • Aanmelden vooraf: is niet nodig
  • Duur: ongeveer 2 tot 2,5 uur
  • De route is geschikt voor rolstoel en rollator

Ook groepen, verenigingen of families kunnen een aparte rondleiding aanvragen via coördinator Wim Cremers: 06 – 2296 1675 of ciceronesdorplein@gmail.com.

Foto’s: collectie Jac Duis
Fotobewerking: J. Roosen

  • foto 1: Fabriekskapel (1924)
  • foto 2: Processie tgv ingebruikname nieuwe kerk (1952)

 

Het is mei! De dagen worden langer, de vogels zingen en de tuin kriebelt. De verleiding is groot om direct alle bloembakken en de moestuin vol te zetten met vrolijke plantjes. Maar wacht! “Zijn de IJsheiligen al voorbij?”
Van 11 tot en met 14 mei is het weer zover. De tijd van de “strenge heren”: Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius. In de volksweerkunde staan zij bekend als de IJsheiligen. Maar wie waren deze heren en waarom zijn ze zo berucht?

De “strenge heren” van mei
Al rond het jaar 1000 merkten boeren en tuinders dat het in het midden van mei vaak nog één keer flink koud kon worden. Soms zelfs met nachtvorst tot gevolg. Dat is rampzalig voor jonge, net uitgeplante gewassen.

De namen van de heiligen die in deze periode hun gedenkdag hebben, werden daarom verbonden aan de kou:

  • 11 mei: Mamertus
  • 12 mei: Pancratius
  • 13 mei: Servatius
  • 14 mei: Bonifatius (ook wel de ‘ijskoning’ genoemd)

Vroeger was het in Nederland een ijzeren wet: pas vanaf 15 mei, als deze heren “voorbij” waren, was het veilig om gevoelige planten zoals tomaat, komkommer, dahlia’s en geraniums buiten te zetten.

Tradities en volksverhalen
Vroeger werd er in de dorpen met angst en beven naar deze dagen gekeken. Oude verhalen vertellen dat als deze heiligen ‘koud’ weer brachten, de zomer ook vaak tegenviel.
Een bekende spreuk in veel regio’s was: “Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs, helaas!”
Soms werden er zelfs processies gehouden om de heiligen gunstig te stemmen, zodat de oogst niet verloren zou gaan door bevriezing.

IJsheiligen in 2026: Achterhaald of nog steeds nodig?
Tuinieren we in 2026 nog steeds met de agenda in de hand? Het KNMI laat zien dat het klimaat verandert en dat de laatste nachtvorst gemiddeld eerder valt dan vroeger.
Het laatste jaar met vorst op of na de ijsheiligen was 2020. Het laatste jaar daarvoor was 1973, bijna 50 jaar eerder.
Toch is het geen garantie dat het niet meer vriest. Het oosten en zuiden van het land (onze regio!) zijn gevoeliger voor een late ‘koude inval’ dan de kust. De “vuistregel” blijft dus voor veel moestuiniers staan:
Zet je tomaten, pompoenen en eenjarige bloemen pas vanaf 15 mei buiten.
Wil je toch eerder? Zorg dan dat je vliesdoek of noppenfolie klaar hebt liggen om ze ‘s nachts te beschermen.

Conclusie
IJsheiligen is meer dan alleen een oude spreuk; het is een stukje cultureel erfgoed dat ons herinnert aan de kracht van de natuur. Dus: heb nog even geduld, geniet van de voorpret, en laat die planten nog even lekker binnen (of in de kas) staan tot de heiligen voorbij zijn.

De weerberichten voor de komende dagen geven weliswaar lagere temperaturen dan zondag 10 mei, maar van nachtvorst lijkt geen sprake.

Tag Cloud