Foto: ©Peter van den Heuvel

We lopen rond de Looserplas. Heerlijk in de zon, het blauwe water rechts van ons. Geen honden uitlaters, straaljagers of wandelaars. Het geluid van de stilte omringt ons. We komen het bosje uit en staan oog in oog met de zwarte van Dorplein. Langzaam draait de eerste zijn kop een kwartslag in onze richting. Twee zwarte ogen kijken ons nieuwsgierig aan. “Wie zijn jullie?” vragen ze. “Wat komen jullie hier doen?” al herkauwend. “Zijn jullie familie? Wat raar, jullie zijn helemaal niet zwart. En je pels lijkt nergens op. Niet mooi gekruld zwart maar van alles wat. Zwart en rood en beige. Zo’n raar vel hebben we niet eerder gezien. Ja we hebben in de tijd dat we hier zijn al van alles gezien. Ook van die tweepoters zonder pels. Net naaktkatten die zo maar het water in springen. En die hebben aan iedere hoef ook nog eens vijf tenen. Jullie hebben tenminste ook maar één hoef aan iedere poot. Maar wat een verschil in modellen en kleuren. En op twee poten lopen lijkt me niet te doen. Behalve als we met onze voorpoten op een ander zijn rug kunnen steunen. Heel lastig zijn de tweepotigen die vierpoters bij zich hebben. Soms aan een draad maar ook vaak los. Die denken dan dat wij vierpoters familie van hullie zijn. Blij dat ze dan zijn. Ze springen om ons heen en niet loeien zoals wij gewend zijn maar meer blaffen. En als we dan toenadering zoeken gaat te tweepoter ook blaffen tegen de vierpoter. Wat een onrust terwijl we hier rustig staan te herkauwen. We trekken ons maar weer terug in het bos. Daar kunnen ze gelukkig niet komen. En als wij dan weg zijn hebben ze nog steeds belangstelling voor ons. We laten overal uit onze uitlaat van die prachtig glanzende bruine schijfjes vallen. Net rollen krentenbolletjes die te vast in de plastic hebben gezeten. Interessant dat ze ze vinden. Soms hangen ze er met hun neus boven om ze beter te kunnen bekijken. Wij hebben er gewoon schijt aan maar die tweepoters, bah bah.  Laatst toen het zo vroor kregen we hooi bijgevoerd. Stonden we daar bij de betonblokken te vreten en te bakken. De hoop hooi werd minder en de cadetjes werden meer. We hoorden vanuit onze schuilplaats in het bos dat de tweepoters dat niet goed vonden. Dat moest maar opgeruimd worden. Ze hadden het zeker erg koud, maar wij echt niet.

We zijn hier nu een jaar of vijf. Wie ons het meest is opgevallen? Een tweepoter met een blauwe jas en een oranje sjaal. Daarachter een hele hoop tweepoters in een rij. De blauwe jas vertelt over het water en de natuur en over ons. En dan staan ze stil en vertelt hij over het oude dorp. Geen idee waar hij het over heeft. Dat er zo’n mooie cantine is en een prisonneke en carrées mulhousiens. Dit kun je vast wel eten bij de koffie. En nog veel meer. Hij zegt ook dat hij dit alles, toen er nog geen corona was, vertelde bij de rondleiding door het historisch dorp. Kun je dit ook eten? Hij hoopt dat corona gauw voorbij is of iedereen gevaccineerd. Dan kan hij weer terug gaan rondleiden in oud-Dorplein, de ster van de Kempen.”

Thierry d’Ensenbroeck


Foto: ©Jack Roosen

 

 

Categorieën: Nieuws

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.